Wat telt als een abortus?
Em. hoogleraar wetenschapsonderzoek
Universiteit Groningen
E-mail: trudy.dehue@rug.nl
In de eerste maanden van 2025 was het groot nieuws dat de abortuscijfers in de periode 2019 - 2024 fors zouden zijn gestegen in Nederland. Praatprogramma’s hielden zich ermee bezig en de politiek ging tot maatregelen over.
Begin maart 2025 werd een motie van de SGP aangenomen om te gaan uitzoeken of het recente afschaffen van de vijf dagen bedenktijd er mede debet aan is, evenals een motie om extra maatregelen te nemen om onbedoelde zwangerschappen te voorkomen. De CU en NSC pleitten met succes voor vervroeging van de volgende evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap. Maar men lijkt iets over het hoofd te zien. Het staafdiagram van de IGJ (2024) dat de aanleiding tot de commotie is, laat alleen een stijging zien vanaf de periode vóór de uitgebleven menstruatie tot aan de zesde week daarna (de achtste ‘zwangerschapsweek’). Voor alle latere perioden toont het een daling. Vrouwen zijn dus juist voorzichtiger geworden.
‘Zwanger’ in een nieuwe betekenis
Elke vrouw die een bevruchting ongedaan wil laten maken, doet dat natuurlijk liefst in een zo vroeg mogelijk stadium, al was het maar omdat het anders voor haarzelf steeds zwaarder wordt. En door nieuwe technologie kan dat sinds kort, want met de Clearblue ultravroege test valt een bevruchting al te detecteren voordat er een menstruatie uitgebleven is en voordat de eicel volledig ingenesteld is. Nadat deze test in 2016 tot stand is gebracht, hebben vrouwen hem snel ontdekt (Clearblue, 2016). Een nadeel is echter dat hij de definitie van zwangerschap heeft veranderd. De maker droeg daar zelf aan bij door hem in een roze met blauwe verpakking te leveren en ‘zwangerschapstest’ te noemen, in plaats van bijvoorbeeld ‘zaadceldetector’ of ‘bevruchtingstest’. Romantisch voor wie naar een zwangerschap verlangt, maar niet voor wie hem vreest. Want dan doemt het beladen woord ‘abortus’ op. Daar is eenvoudige, goedkope en veilige medicatie voor beschikbaar en de Wereldgezondheidsorganisatie betoogt dat de pillen tot de tiende week na een bevruchting heel goed zonder dokter kunnen worden gebruikt (WHO, 2022). Maar volgens de Nederlandse abortuswet van ruim veertig jaar geleden moet zelfs dat onder dokterstoezicht gebeuren, zodat dit ook tot een tik op de teller leidt van het aantal uitgevoerde abortussen. Tot twee weken na een gemiste menstruatie kende de wet tot voor kort de ‘overtijdbehandeling’, wat juridisch gezien geen abortus was. Bij de telling betrof dit in 2019 ongeveer een derde van de ‘abortussen’, maar nu dat aandeel flink is gegroeid, telt zelfs de huidige VEMA (‘very early medical abortion’) als een abortus - ook al is de echo ervoor afgeschaft omdat deze dan nog geen embryo laat zien.
Het opnieuw invoeren van de vijf dagen bedenktijd zal het ultravroege ingrijpen in de weg gaan staan, zodat er dus een stijging in de latere periode zal komen. Bedenk bovendien dat de ultravroege test een bevruchting aantoont in de weken met een grote kans dat deze niet tot een intacte zwangerschap leidt. Naar schatting mislukt de implantatie van dertig procent van de bevruchte eicellen en wordt nog eens dertig procent kort na de implantatie spontaan afgestoten (Macklon et al, 2002). Mensen met een gewenste positieve test krijgen daarom vaak het advies om dit tot zelfs de twaalfde week geheim te houden. Omgekeerd nemen vrouwen met een prille ongewenste bevruchting de gok niet dat deze nog vanzelf verdwijnt. Veiligheidshalve melden ze zich meteen bij de abortusarts. Ze zijn het spontane afstoten dus wellicht vóór, wat kan verklaren dat het aantal allervroegste ‘abortussen’ wat meer is gestegen dan dat de latere zijn gedaald.
Er heeft dus een vorm van ‘concept-creep’ plaatsgevonden. Die uitdrukking bestaat internationaal voor termen zoals adhd en autisme. Daarvan is de betekenis door de jaren heen stapsgewijs uitgebreid, zodat ze op steeds meer mensen van toepassing werd, met alle gevolgen van dien. Herkennen van dit proces bij de woorden als ‘zwangerschap’ en ‘abortus’ vergt enig historisch inzicht. Dat geeft tegelijk een besef van de oude beddingen en sporen die de hedendaagse discussies bepalen.
Welk leven?
Om met dat laatste te beginnen: iedere zwangerschap ontstaat door een zaadcel, maar in het abortusdebat praten we over ‘zwangere vrouwen’ of ‘bevruchte eicellen’ alsof die door de wind zijn ontstaan. Eventuele extra maatregelen om een onuitgenodigde bevruchting te voorkomen zouden dan ook eindelijk op jongens en mannen moeten worden gericht. Die moeten leren zichzelf te reguleren, tenzij hun partner expliciet de intentie heeft een kind te krijgen. Per slot zijn zij ook de hele maand en veel meer jaren vruchtbaar dan vrouwen. Maar de gevolgen van hun ondoordachte handelen moeten worden gedragen door degenen die daar het slachtoffer van zijn. Al in de oudheid konden vrouwen door grote schrik bevangen raken als hun menstruatie uitbleef. Ze gebruikten daar toen al middelen tegen zoals giftige kruiden, puntige voorwerpen en uitwendig geweld. Dat ze daar tot ver in de twintigste eeuw de prijs van zelfvergiftiging, infecties, en lichamelijke beschadigingen voor over hebben gehad, toont op zich al dat ongewilde zwangerschap een ware hel op aarde kan zijn.
Gedwongen dragen en baren is ook een ultieme vorm van ontmenselijking, die geen vrouw meer zou moeten worden aangedaan. Sommigen die het hebben doorgemaakt brachten onder woorden dat dit als een langdurige verkrachting voelt, met de bevalling als de gewelddadigste fase, en een ongewenst kind als resultaat (BBC, 2019). Zwangerschap is net zoals seks, fijn als je het graag wilt maar onverdraaglijk als het opgedrongen is.
Anti-abortus activisten zijn hier blind voor. Benamingen zoals ‘mars voor het leven’ en ‘bescherming van het leven’ slaan niet op de vrouw die een leven heeft, maar alleen op het nieuwe leven dat ongevraagd in haar lichaam tot stand is gebracht. Filosofen gebruiken het woord ‘bios’ voor ‘een leven hebben’, en ‘zoë’ voor ‘in leven zijn’. Beide zijn beschermwaardig maar bij een noodzakelijke keuze laten we bios altíjd boven zoë prevaleren, want anders zouden we zelfs geen planten mogen eten en vaccins mogen maken. Maar bij ongewenst bevruchte vrouwen verliezen velen het onderscheid uit het oog, met als gevolg dat zij uitgesloten zijn voor artikel 11 van de grondwet dat mensen het recht geeft om zelf te beslissen wat er met hun lichaam gebeurt.
Voor het eerst in de strafwet
In zekere zin was het een geluk dat er tot in de twintigste eeuw geen zwangerschapstests waren. Daardoor konden vrouwen na een uitblijvende menstruatie relatief vrij aan ‘het opwekken van de maandstonden’ doen. Al verboden de zelfverklaarde vertegenwoordigers van God (altijd mannen) het, vrouwen hadden dus meer ruimte om zelf te bepalen of een bevruchting een bevalling moest betekenen. Het was pas in 1811 dat hier in de Nederlanden een wettelijk verbod op kwam. Ons land, dat zich ooit onder leiding van Willem van Oranje van het Roomse Rijk had vrijgevochten, was toen door Napoleon weer onder rooms bewind gebracht. De dictator had behoefte aan soldaten en noemde vrouwen openlijk ‘baby-machines’. De vertaalde Franse Code Pénal schreef dan ook een tuchthuisstraf voor aan elke vrouw die ‘zichzelve een misdragt bewerkt zal hebben’ en aan ieder ander die een ‘misvallen’ van een vrouw bewerkstelligd had. Helpende heelmeesters en ‘artsnijbereiders’ (apothekers) kregen er ook dwangarbeid voor opgelegd.
Vanaf toen begon het ontmenselijken van vrouwen ook door de overheid, al kwam het woord abortus er nog niet aan te pas omdat dit toen nog niet op het beëindigen van zwangerschap sloeg. Ik beschreef dat eerder al eens in De Groene Amsterdammer (2023), en vat het hier dus slechts samen: halverwege de negentiende eeuw begon men eerst in de veterinaire geneeskunde van ‘dispositio abortiva’, oftewel ‘neiging tot verwerpen der vrucht’, te spreken en vervolgens ook in verband met menselijke vrouwen. Die moesten preventief worden opgespoord en behandeld, wat met afschrikwekkend ingrijpen gebeurde. Daaruit is vervolgens de uitdrukking ‘abortus provocatus’ afgeleid, die echter de huidige betekenis nog niet had. Bij baringsproblemen was de keizersnede nog niet veilig en als door een vernauwing van het baringskanaal zowel het kind als de vrouw een langdurige marteldood dreigde te sterven, pasten de hulpverleners sinds eeuwen een zogeheten ‘kunstgreep’ toe. Dat gebeurde regelmatig want door vitaminegebrek en andere oorzaken hadden vrouwen een vernauwd bekken of andere vergroeiingen. Ook tot hun eigen ellende betekende een kunstgreep dat de hulpverleners het kind inwendig doodden om tenminste de vrouw te sparen, die vaak moeder van eerdere kinderen was. Maar van de kerk en de wet mocht dit niet en daarom bedachten gynaecologen rond 1900 de term ‘abortus provocatus’, hopend dat Latijn in gelovige oren overtuigender klonk.
Een medisch-ethische kwestie
De bedoelingen waren goed maar de dokters gingen nu op alle fronten streven voor de autoriteit van hun beroepsgroep. Om terrein te winnen op dat van de zielzorgers en tegelijk dat van de vele ongediplomeerde ‘damesdeskundigen’ stelden zij dat alleen zij voortaan zouden moeten mogen bepalen of een bevruchting een, of juist geen, bevalling moest impliceren. Die damesdeskundigen heetten toen nog geen aborteurs, omdat abortus zoals beschreven een heel andere betekenis had. De toenmalige gynaecologen erkenden weliswaar dat technisch gezien deze concurrenten veilig zwangerschappen konden beëindigen, maar vooral moreel gezien moest dit een beslissing van gediplomeerde medici (altijd mannen) zijn. De gezaghebbende gynaecoloog Hector Treub voerde daarom de Latijnse uitdrukking ‘abortus provocatus criminalis’ in voor elke zwangerschapsbeëindiging uitgevoerd door iemand zonder artsendiploma. Het ging de toenmalige gynaecologen er kortom om dat zwangerschapsbeëindiging ‘een medisch-ethische kwestie ‘moest zijn. En zo zien velen deze nog altijd, ondanks dat de Wereldgezondheidsorganisatie (2022) zowel als Artsen zonder Grenzen (2021) nu betogen dat de huidige pillen tot de twaalfde zwangerschapsweek zonder dokterstoezicht kunnen worden gebruikt, eventueel met een zelfgekozen andere erbij. Een pil slikken kan een vrouw zelf wel en met een relatief heftige menstruatie weten de meesten ook wel raad, want er treden immers ook veel spontane vroege miskramen op.
Maar nog even terug in de tijd. In de eerste decennia van de twintigste eeuw raakte de abortus provocatus criminalis afgekort tot ‘abortus’. Dit en eigenlijk alles wat vrouwen aanging werd nu behalve een religieuze ook een medisch-ethische kwestie. En dat altijd met het argument dat vrouwen de verantwoordelijkheid niet kunnen dragen om zelf te bepalen wat er met hun lichaam gebeurt.
Het kat-en-muis spel
In de jaren dertig van de vorige eeuw kwamen er tampons van het merk Tampax beschikbaar als alternatief voor uitwendig maandverband. Vrouwen verwelkomden ze dankbaar, maar het priesterblad Nederlandse Katholieke Stemmen betoogde dat ze door het benodigde ‘manipuleren aan de vulva’ ‘tot blijvende zonde komen’, lees: zouden leren dat seks ook zonder man prettig kan zijn. Als getrouwde vrouwen tampons gebruikten hadden ze dus ‘in elk geval den plicht den tampon te verwijderen vóór den acts conjugaties’ (de huwelijksdaad), en mochten ze daarna nog urenlang geen nieuwe in doen. Het achterliggende idee daarvan was uiteraard dat de nieuwe tampon misschien nog wat zaadcellen zou absorberen. Ook de Nederlandse Gynaecologische Vereniging verklaarde zich tegen Tampax vanwege ‘morele, technische en medische bezwaren’(1939). Volgens haar konden tampons hooguit bij uitzondering ‘worden toegestaan’ en dan pas na ‘inwendig medisch onderzoek door een arts’. Dat was in 1938 en de tijden veranderden voorlopig niet. Rond 1970 kwam bijvoorbeeld een test op de markt, bedacht door een vrouw, waarmee thuis vanaf veertien dagen na een uitgebleven menstruatie een bevruchting te registreren viel. Artsen betoogden prompt dat ook deze test, veelzeggend Predictor (voorspeller van zwangerschap) geheten, moest worden verboden (Trouw, 1971). Vrouwen zouden daarmee ‘seksuele problemen voor de dokter proberen te verbergen’ en het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde vreesde zelfs dat hij werd aangeschaft door ‘vrouwen die zich in een situatie van emotionele en geestelijke onevenwichtigheid bevinden, in handen van wie de Predictor een groot gevaar is’.
Natuurlijk werden dergelijke middelen toch gebruikt en zo ging ook het kat-en-muis spel over de plicht tot zwangerschap voort. Iets eerder hadden vrouwen zelf de vacuümmethode ontwikkeld. Ze werkten met een canule die relatief gemakkelijk door de baarmoedermond te voeren was en voor het vacuüm desnoods een omgebouwde fietspomp. De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming ging hen helpen met deze ‘menstruatieregeling’ en huisartsen richtten er klinieken voor op (NVSH, 1974). Ongeveer gelijktijdig ontdekten vrouwen het goedkope en vrij beschikbare maagmiddel Cytotec (misoprostol) dat men volgens de bijsluiter bij een mogelijke zwangerschap niet moest gebruiken. Toen deze menstruatie-opwekker verder ontwikkeld was, kwamen liberale kranten met koppen over een ‘wonderpil (Nieuwsblad van het Noorden, 1970) die het abortusprobleem uit de wereld gaat helpen’, of waardoor dat probleem ‘in één klap zou worden opgelost’(De Telegraaf, 1970). Ook zij beschreven misoprostol dus niet als een abortivum, en toen even later mifepriston tot stand werd gebracht, beschreef de uitvinder deze stof als een ‘contragestivum’, dat wil zeggen een ‘middel tegen zwangerschap’. Maar christelijke kranten kwamen met tegenkoppen zoals ‘Wel degelijk abortus!’ (Nederlands Dagblad, 1974). Dat breidde de betekenis van de benaming ‘abortus provocatus criminalis’, afgekort tot ‘abortus’, uit naar het ongedaan maken van zelfs zo’n allerprilste bevruchting.
Een veertig jaar oude wet
Onder het bewind van de katholieke minister-president Dries van Agt werd er in die tijd een volgend Wetboek van Strafrecht voorbereid. Van Agt was er open over dat zijn wetgeving de ontstane vrijheid terug moest gaan dringen (De waarheid, 1979). De vrouwenbeweging protesteerde heftig, maar ‘zwangerschapsafbreking’ bleef in de strafwet staan. Het was strafbaar met uitzondering van voorwaarden die in de Wet Afbreking Zwangerschap kwamen te staan. Een ‘afbreking’ (meestal slaat het woord op gebouwen) mocht als een speciaal bevoegd abortusarts hem uitvoert, nadat deze een ‘noodsituatie’ bij de vrouw heeft vastgesteld, die nu ook van psychische aard mocht zijn. Daarbij hoorde de verplichting van vijf dagen bedenktijd voor de vrouw plus voorlichting over voorbehoedsmiddelen, evenals een ondervraging over haar motieven en moreel besef.
Dat leverde eindelijk de zwaarbevochten ruimte op om tot een zwangerschapsafbreking over te gaan die medisch noodzakelijk was. Maar tegelijk bleef een ontvruchting op zijn best een medisch-ethische aangelegenheid. Het woord abortus heeft ook nog altijd de bijklank van een ‘abortus provocatus criminalis’, en velen spreken nog van ‘abortus plegen’ terwijl men verder nooit een medische behandeling ‘pleegt’. Misoprostol en mifepriston zijn bovendien samen ‘de abortuspil’ gaan heten, en dus is mifepriston in een lage wekelijkse dosis van vijftig milligram ook niet beschikbaar. Dit terwijl dat een uitstekend voor- en nabehoedmiddel zou zijn, zonder de hormonale nadelen van de huidige anticonceptie- en morning-after pil (Women on waves, zonder datum).
Een nog vroegere test
Hedendaagse abortusartsen zijn vriendelijke en verstandige mensen die je op je gemak stellen en niet over je motieven doorzagen. Ze zoeken alleen uit of je vrijwillig naar de kliniek gekomen bent. Maar politieke partijen voor wie elke bevruchting eigenlijk een bevalling moet betekenen, kunnen die oude wet weer letterlijk gaan nemen, zodat de huidige praktijk weer akeliger wordt en de betutteling van vrouwen wordt voortgezet. Daar kregen we eerder dus al dat voorproefje van, nu niet meer alleen van de SGP en CU maar ook van de nieuwe rechtse partijen. De BBB had nog samen met de SGP willen overgaan tot het verplicht onderzoeken van de motieven van vrouwen door een abortusarts. Dan zou je mensen die wel kinderen willen toch eerder aan de tand moeten gaan voelen? Er zijn immers al te veel mensen op de wereld. Bij een voorstel dáártoe zouden de SGP en BBB vast wel begrijpen dat voor dit soort intieme levensbeslissingen gewoon geen steekhoudende redenen te geven zijn.
Onder degenen die niet zwanger willen worden, zal het gebruik van de ultravroege test verder gaan stijgen, zodat de teller bij een volgende wetsevaluatie voor de allereerste weken weer omhoog zal gaan. Stel nu dat er straks een nóg vroegere test komt, dan zouden de vrouwen er nóg eerder bij kunnen zijn. Het woord abortus kan dan vroeger dan ooit van toepassing worden geacht. Strikt genomen is in dat geval ook de morning-after pil een abortivum, en zeker het spiraaltje dat mogelijk maandelijks een eicel met doorgedrongen zaadcel de laan uit stuurt. Dit is een leerzame speculatie want de vrouwen moeten dan ook daarvoor naar een speciaal soort arts, die de gegeven hulp als een abortus meldt.
Puur door concept-creep zal de verontwaardiging over ‘de opnieuw gestegen abortuscijfers’ daarna andermaal niet van de lucht zijn. Volgens de eeuwenoude dubbele moraal zal de verantwoordelijkheid voor de onuitgenodigde bevruchting weer geheel bij de vrouwen worden gelegd, terwijl hen tegelijk het verstandelijke en morele vermogen wordt ontzegd die te dragen.
|
Dit artikel is een uitbreiding van Trudy Dehue’s boek Ei, foetus, baby: Een nieuwe geschiedenis van zwangerschap (Atlas Contact) en van een artikel in NRC op 15-3-2025. |
Literatuur
Artsen zonder Grenzen. How to have a safe self-managed abortion, 2021.
BBC. Alabama abortion ban: 'I had to give birth to my rapist's child', 2019.
Clearblue. 2016.
De Telegraaf. Nieuwe “pil” revolutie bij anti-conceptie. 22 september 1970.
De Groene Amsterdammer. Trudy Dehue: Zelfregie met de allroundpil, 2023; 19
De waarheid. Wet moet abortus aan banden leggen. 23 januari 1979.
Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Rapportage Wet afbreking zwangerschap (Wafz), 2024.
Macklon NS, Geraedts JP, Fauser BC. Conception to ongoing pregnancy: the 'black box' of early pregnancy loss. Human Reproduction Update. 2002; 8(4):333-43.
Nederlands Dagblad. Wel degelijk abortus! 3 juli 1974.
Nederlandse Gynaecologische Vereniging. 1939.
Nederlandse Katholieke Stemmen. 1938, 38e jaargang, 377-381.
Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. Het Parool, 22 juni 1974.
Nieuwsblad van het Noorden. Abortusprobleem wellicht uit de wereld door uitvinding van ‘wonderpil’. 22 september 1970.
Trouw. Prof. Kloosterman betreurt in handel brengen van ‘zwangerschapstoets’. 12 juni 1971.
WHO. Recommendations on self-care interventions: self-management of medical abortion, 2022 update.
Women on Waves. Crowdfunder for a new weekly anti-hormonal contraceptive! Zonder datum.
Samenvatting
Begin 2025 ontstond er onrust in Nederland over een ‘sterke stijging van het aantal abortussen’. Dit artikel schrijft deze schijnbare stijging toe aan een onopgemerkte begripsuitbreiding van de classificatie ‘zwangerschap’ en daarmee ‘abortus’. De benaming abortus is bovendien nooit neutraal geweest. Deze is in de twintigste eeuw ingevoerd door artsen die het ongedaan maken van een bevruchting tot een medische kwestie maakten en anders een misdaad. Het woord behield deze connotaties en staat daardoor de aanbeveling van de WHO in de weg om een vroege medicamenteuze zwangerschapsbeëindiging wettelijk tot een vorm van zelfzorg te maken, die dan ook buiten de abortuscijfers zou blijven.
Trefwoorden: abortuscijfers, ongewenste bevruchting, ultravroegtest.
Summary
Early 2025, unrest arose in the Netherlands about an alleged sharp increase in the abortion rates. The present article attributes this purported increase to the unremarked concept-creep of the classification ‘pregnancy’ and hence ‘abortion’. In addition, the word ‘abortion’ has never been neutral. It was introduced in twentieth century by doctors who declared the termination of a fertilization to be a medical issue or else a crime. It kept these connotations and now stands in the way of the WHO recommendation to legally make the early termination of an unwanted pregnancy a matter of self-care, which consequently would also remain outside the abortion figures.